Meetdefinities
Inleiding
Het meetsysteem registreert vanaf de hele minuut ieder 3 seconden alle aangesloten sensoren.
Vervolgens worden 20 van deze registraties in één keer overgestuurd naar de tussentabel in de database op de webserver van Meteotoren. Mocht er een “hik” in de overdracht zijn, dan worden de gegevens gebufferd en dan als nog overgezonden. De buffer kan circa 60 minuten aan gegevens bevatten.
Bij stroomuitval verzorgd een UPS (Uninterruptible Power Supply) voor de continuïteit.
De circulaire tussentabel bevat alle 3 seconde meetwaarden over 10 minuten.
Het betreft in principe 10 x 20 = 200 metingen welke gebruikt worden voor het 10 minuten gemiddelde.
Bij de records wordt er tevens gekeken naar het interval van 10 minuten. Mochten er om welke reden dan ook minder records zijn, dan wordt het gemiddelde bepaald over het ontvangen aantal records in de periode van 10 minuten.
Alle 3 seconde gegevens in de tussentabel worden gedurende 48 uur bewaard en automatisch, cyclisch verwijderd uit de tussentabel (Firts-in, First-out).
Ieder record dat wordt verzonden is voorzien van een UTC (Universal Time Coordinated) datum en tijd stempel.
UTC (atoomtijd) is de basis waarop de World Meteorological Organization (WMO) alle metingen gelijktijdig houdt en is onafhankelijk van de tijdzones.
GMT (Greenwich Mean Time is de rotatietijd van de aarde) is vrijwel gelijk aan de atoomtijd, maar heeft af en toe een schrikkelseconde nodig.
Om 00:00:00 uur UTC wordt de interne klok van het meetsysteem gesynchroniseerd via het Network Time Protocol (NTP).
Iedere 10 minuten, op basis van het tijdsinterval van een record, worden de gemiddelden berekend van de windsnelheid, windrichting, temperatuur, luchtdruk, relatieve vochtigheid, dauwpunt, zonnestraling en zonneschijnduur.
Deze gemiddelden worden opgeslagen in de archieftabel van de database.
De maxima en minima betreffen steeds de 3 seconde waarde in de periode van 10 minuten; deze worden eveneens in de archieftabel van de database opgeslagen.
Windsnelheid
Bij de windsnelheid wordt er het gemiddelde berekend alle metingen van de laatste 10 minuten.
Voor de maximale windsnelheid in 10 minuten wordt er, uit praktische overweging, gebruik gemaakt van een analoge piekdetector. De tijdsconstante van deze piekdetector is zo gekozen dat er maximaal 0,2% / sec verval is.
Bij een hogere windsnelheid binnen de 3 seconde zou een meting een de afwijking van de windpiek in het ongunstigste geval maximaal 3 x 0,2% zijn.
In de database worden het minimum, gemiddelde en het maximum van 10 minuten opgeslagen.
De rode lijn geeft de maximale windstoot aan in het tijdvak van 10 minuten; de blauwe lijn geeft de gemiddelde windsnelheid over de periode van 10 minuten.
Windrichting
De windrichting opnemer geeft een analoog signaal van 0 - 3600 mV voor de richting aan tussen 0 - 360°.
Dit signaal wordt ontbonden in een X en Y waarde, dat de basis is voor de gemiddelde windrichting over 10 minuten.
Dit gemiddelde, de X- en Y-vectoren worden opgeslagen in de archieftabel van de database.
Windroos
In de windroos worden de gegevens van windsnelheid en windrichting samen gepresenteerd.
Het betreft hier de presentatie van de 10 minuten gemiddelden over een periode van 3 maanden.
Bij het genereren van het plaatje worden deze 10 minuten gegevens uit de database opgevraagd en samengesteld tot het plaatje.
Luchtdruk
De luchtdruk wordt in de luchtwachttoren gemeten met een sensor die geijkt is op zeeniveau.
De meetwaarde wordt later gecorrigeerd voor de hoogte van de toren naar zeeniveau en opgeslagen in de database.
Temperatuur
De temperatuur wordt op de luchtwachttoren gemeten in een vrij opgestelde schotelhut.
Van de meetwaarden wordt naast het gemiddelde ook het 3 seconde maximum en het minimum bepaald in de periode van 10 minuten. Deze waarden worden opgeslagen in de database.
Het dag maximum en minimum worden getoond onderaan de pagina.
Relatieve vochtigheid
De relatieve vochtigheid wordt gemeten op dezelfde plek als temperatuur in de schotelhut.
Ook hier wordt er het 10 minuten gemiddelde bepaald en getoond in de grafiek.
Deze waarde wordt opgeslagen in de database.
Dauwpunt
Wanneer waterdamp zichtbaar wordt spreken we van het dauwpunt; de temperatuur waarop dit gebeurt noemt men het dauwpunt. De berekening van het dauwpunt is gebaseerd op het algoritme van Magnus-Tetens.
Er zijn meerdere berekeningsmethoden voor het bepalen van het dauwpunt met resultaten die dicht bij elkaar liggen.
De luchtdruk is bij deze berekening niet meegenomen en het eindresultaat geeft een fout in de dauwpunt berekening die kleiner is dan 0.4 °C.
Zonnestraling
Bij de globale zonnestraling wordt naast het gemiddelde ook het 3 seconde maximum en het minimum bepaald in de periode van 10 minuten. Deze waarden worden getoond in de grafiek en opgeslagen in de database.
Zonneschijnduur
Van de 20 metingen in 1 minuut wordt het gemiddelde van de zonnestraling berekend. Is deze waarde groter dan de WMO (World Meteorological Organization) afspraak van 120 W/m², dan wordt de tijd meegeteld voor de zonneschijnduur. De tijd wordt weergegeven in uren en tienden van uren (hh,h).