Oorspronkelijk meetsysteem
![]() |
Begin 1973 is gestart met het maken van een telemetrie systeem om de meetgegevens op de nieuwe locatie over te sturen naar huis. Het telemetrie systeem had 9 analoge ingangen en 10 digitale ingangen. De gegevens werden via een kanaal in de toenmalige 30 MHz telemetrie frequentieband verstuurd. Later werd er een frequentie rond de 1240 MHz gebruikt. Het systeem heeft meer dan 25 jaar zonder storing gewerkt. |
![]() |
De basis van het systeem bestond uit een 12 bit schuifregister. Er werden net zoveel reeksen van 12 bit verstuurd als ingestelde kanalen. Van de 12 bits waren 10 bits gereserveerd voor datatransport, het 11e bit werd voor de kanaalteller gebruikt en het 12e bit gaf het einde van de reeks aan gevolgd door een pauzetijd. De ingang van het schuifregister werd geschakeld tussen de digitale ingang van 10 bit en de A/D converter van met een oplossend vermogen van 10 bit. Met behulp van een duimwielschakelaar (rechts) werd het aantal over te sturen kanalen ingesteld. Het minimum bestond uit één digitaal en werd aangevuld met de analoge kanalen tot een maximum van 9. De digitale ingangen werden gebruikt voor de windrichting (4 bit), toegangscontrole en enkele andere aan/uit signalen. Op de analoge ingangen werden o.a. de actuele windsnelheid, de maximum windsnelheid, temperatuur etc. aangesloten. Daarnaast werd een referentie spanning meegestuurd om de nauwkeurigheid te kunnen controleren. |
![]() |
Ontvangerzijde van het meetsysteem. Links de windroos. Onderin de druktoetsen waarmee de meetsignalen gekozen konden worden welke op de meter zichtbaar werden. De lampjes aan de rechter zijde gaven aan of de verbinding verbroken was (rood) of dat de toegangsdeur van het nachtslot was (oranje) of de deur geopend werd (oranje). |
Voor het laatst gewijzigd op 11-06-2019.