Radioamateur bakens
Door de overheid zijn aan zendamateurs bepaalde frequentiebanden toegewezen. Deze strekken zich uit van de lange golf in het kilohertz gebied tot ver voorbij de radarbanden in het Gigahertz gebied.
Op de lange- en korte golfbanden zijn er over het algemeen wereldwijd altijd wel amateurstations aktief. Ook al zouden die er niet zijn, dan zijn er altijd vlak naast de amateurbanden wel commerciele of professionele gebruikers aktief.
Je kunt door de banden af te zoeken en goed te luisteren al snel horen of je bijzondere verbindingen zou kunnen maken, op de korte golf bijvoorbeeld met Australië.
Die verbindingen kun je maken, omdat elke dag de zon er voor zorgt dat er reflecterende lagen aktief worden die het radiosignaal tussen de aarde en de reflectielaag zo weerkaatsen dat het rond de wereld gaat.
Op de hogere amateurbanden, boven de 100 Mhz, is er geen sprake van dergelijke dagelijkse reflectielagen. In principe gaan de radiosignalen rechtdoor en zodra de ontvanger zich door de kromming van de aarde te ver van de zender bevindt gaat het signaal over hem heen en hoort hij niets. De afstand die overbrugt kan worden is dan ook relatief gering.
Toch zijn er ook op de hogere frequentiebanden mogelijkheden om verder dan de horizon verbindingen te maken. Onder invloed van hoge drukgebieden onstaan soms inversies, reflecterende zones vergelijkbaar met de korte golf.
Aangezien er echter weinig stations aktief zijn op de hogere frequenties en deze stations meestal ook gebruik maken van antennes met een groot richteffect (Yagi of schotel) is de kans dat je er snel achter kunt komen of er van bijzondere propagatie sprake is niet erg groot.
Daarom staan er door geheel Europa bakenzenders opgesteld die 24 uur per dag op een bepaalde (en bij iedereen bekende) frequentie uitzenden.
Door nu regelmatig te luisteren naar die bakenzenders valt snel te bepalen of er in een bepaalde richting sprake is van bijzondere omstandigheden, waardoor veel grotere afstanden dan normaal zouden kunnen worden overbrugd.
Bakenzenders die onder normale omstandigheden niet te horen zijn kunnen soms met verrassend sterke signalen worden ontvangen. Dit kan over relatief grote afstanden gebeuren, afhankelijk van de propagatie waar op dat moment sprake van is.
![]() |
![]() |
Noorderlicht (Aurora Borealis) vanuit de ruimte | Sporadische E reflexie, blauw is de aardbol |
DX clusters
Door amateurs wordt op Internet gebruik gemaakt van zogenaamde DX clusters.
DX staat (in morse telegrafie) voor “distance” (op de korte golf wordt het ook wel een zeldzaam land bedoeld).
Een DX cluster kan worden vergeleken met een wereldwijde one-to-many chatbox met beperkte invoermogelijkheden. Iedereen die is aangesloten krijgt te lezen wat er is ingevoerd.
Als iemand uit Hongarije bijvoorbeeld het baken PI7CIS hoort kan hij dat melden op het DX cluster. Iedereen ziet dan dat er tussen Hongarije en Nederland sprake is van bijzondere propagatie. Dit zal Nederlandse stations ertoe aanzetten om te gaan zenden in de richting van Hongarije. Tussen de uitzendingen door wordt regelmatig geluisterd of er zich iemand meldt. Op die wijze komen verbindingen over – voor de betreffende frequentieband – grote afstanden tot stand.
Bakens zijn dus van groot belang om propagatieverschijnselen te ontdekken.
Door de IARU, International Amateur Radio Union, worden aan bakens op dusdanige wijze frequenties toegewezen dat van onderlinge storing minimaal sprake is. Hierdoor wordt optimaal gebruik gegarandeerd.
Het in de lucht houden van bakens geschied op vrijwillige basis. Een individuele amateur (of soms ook groepen) bouwt vaak de zender en houdt deze vervolgens in de lucht.