Telemetrieontvangers
Om de verzonden digitale gegevens van het meetsysteem weer netjes in een digitaal formaat te kunnen gebruiken voor de decoderschakeling was het nodig een 30 MHz ontvanger te bouwen.
Bij de eerste ontvanger werd er conversie gemaakt naar een vrij hoge middenfrequentie van ca 7 MHz en vervolgens nog een conversie naar 455 kHz. Dit signaal werd aangeboden aan de klassieke TBA120 versterker / FM detector IC, die als detector fungeerde. Een eenvoudige AFC schakeling corrigeerde enigszins het frequentie verloop van de zender en ontvanger.
Aan de audio uitgang werd een extra versterker en een laagfrequent detector geplaatst om zo het digitale signaal weer gereconstrueerd te krijgen. Deze ontvanger heeft een paar jaar redelijk gewerkt, maar is uiteindelijk vervangen door een betere opzet. Er werden teveel stoorsignalen omgezet in quasi meetsignalen met als gevolg foutieve gegevens of zelfs het ontbreken van een correcte verbinding.

De toegenomen kennis op het gebied van ontvangers heeft er in 1979 toe geleid dat er een nieuw ontwerp is gemaakt; in dit geval een ontvanger met een 10,7 MHz middenfrequentie.
Deze ontvanger was een stuk gevoeliger aan de ingang door het gebruik van een dual gate MOSFET en een speciaal IC (SO42P) voor het mengen van de oscillator om zo 10,7 MHz middenfrequent over te houden. Dit signaal werd via een 8 polig bandpass kristalfilter (ITT 024BG, ± 7,5 kHz breed) nog eens van de nabij gelegen rommel ontdaan. Vervolgens werd dit signaal aangeboden aan het discriminator IC type TCA420A dat speciaal voor FM signalen is ontwikkeld. Als discriminator werd geen spoel gebruikt, maar een dual kristalfilter van NDK type 10F15A dat ook weer bijdroeg aan een steilere en zuiverder detectie van het signaal. Verder werd gebruik gemaakt van de in het IC ingebouwde mogelijkheid voor AFC (Automatische Frequentie Correctie) waardoor de zender en ontvanger beter op elkaar afgestemd bleven.
Het uiteindelijke laagfrequent signaal werd via een versterker waarbij het nulpunt verschoven kon worden omgezet in het gewenste digitale signaal.
Deze ontvanger was een aanzienlijke verbetering en het aantal storingen werd enorm teruggebracht.
Later ontstond de mogelijkheid om het detectie kristalfilter te vervangen door een echte kristal discriminator van KVG, type XD-107-01 waarmee de signaal kwaliteit verder verbeterde.
Op dat moment is ook het laagfrequent filter aangepast naar een 3 kHz 5e orde Butterworth laagdoorlaat filter. Met deze twee laatste aanpassingen was er nauwelijks meer last van storingen.

Deze combinatie heeft bestaan tot het moment dat de hele radioverbinding werd omgezet naar de 1,2 GHz band. Op dat moment moest de ontvanger worden aangepast en is een nieuw ontwerp gemaakt. Om weer netjes op de 10,7 MHz middenfrequentie uit te komen is als eerste lokale oscillator gebruik gemaakt van hetzelfde ontwerp uit UKW Berichte (nr 2/85), dat ook als zender is gebruikt; zij het met een kleine aanpassing. Het resultaat was een 30 MHz middenfrequent signaal. Vervolgens is dit signaal weer gemengd met een tweede lokale oscillator op 40,7 MHz, zodat het uiteindelijke signaal weer op 10,7 MHz uitkwam.
De opbouw van de middenfrequent schakeling werd in dit ontwerp uitgevoerd met een aantal dual gate MOSFET’s en hetzelfde type kristalfilter als eerder werd gebruikt (ITT 024BG, ± 7,5 kHz breed). Voor de detectie van het FSK signaal werd dit keer gebruik van de bekende CA3089 en als discriminator een KVG XF-109 kristalfilter.
Om het kleine verloop van de zender en ontvanger ook hier weer te corrigeren werd bij dit ontwerp gebruik gemaakt van de verbeterde AFC mogelijkheden.

Voor de omzetting van het laagfrequent signaal werd nu voor een window detectie gekozen.
Hiermee kon zowel de onder- als de bovengrens waartussen een correct signaal aanwezig was zo worden gekozen dat er met minimale fouten in de omzetting het oorspronkelijke digitale signaal van het meetsysteem ontstond.
Tevens werd via deze schakeling een stabielere signalering gemaakt als de verbinding verbroken zou zijn.